Je Outlook-agenda delen

Collega's die zien wanneer je vrij bent, een assistent die je afspraken beheert of je partner die je werkagenda wil volgen: in Outlook deel je je agenda in een paar klikken. Je kiest zelf hoeveel de ander ziet, van alleen bezet tot alle details of zelfs bewerken. In dit artikel lees je hoe dat werkt in de nieuwe Outlook, op het web en in de klassieke Outlook.

Bijgewerkt op 19 oktober 2026. Het artikel volgt nu de nieuwe Outlook en Outlook op het web, met de machtigingsniveaus, delen met externen en gedelegeerde toegang.

Je agenda delen

  1. Open Agenda in Outlook.
  2. Klik met de rechtermuisknop op je agenda (meestal Agenda) > Delen en machtigingen. In de klassieke Outlook: Start > Agenda delen.
  3. Typ de naam of het e-mailadres van de persoon.
  4. Kies het machtigingsniveau en klik op Delen.

De ander krijgt een e-mail en klikt op Accepteren. Je agenda verschijnt dan bij Andere agenda's of Gedeelde agenda's.

Je agenda delen in Outlook op het web

Welke machtiging kies je?

NiveauWat ziet of doet de ander?
Kan zien wanneer ik bezet benAlleen vrij of bezet, geen onderwerp
Kan titels en locaties zienOnderwerp en locatie, geen details
Kan alle details zienAlles, behalve afspraken die je privé markeert
Kan bewerkenAfspraken maken, wijzigen en verwijderen
GemachtigdeBewerken en uitnodigingen namens jou ontvangen en beantwoorden

Binnen je organisatie ziet iedereen standaard al wanneer je bezet bent. Dat pas je aan bij Personen in mijn organisatie.

Machtigingsniveaus voor een gedeelde agenda

Delen met iemand buiten je organisatie

Vul gewoon het externe e-mailadres in. Of je meer dan bezet mag delen, hangt af van het deelbeleid van je beheerder. Wil je je agenda als link publiceren (bijvoorbeeld om in Google Agenda in te lezen), kies dan in de instellingen van Outlook op het web Agenda > Gedeelde agenda's > Een agenda publiceren.

Stoppen met delen

Open opnieuw Delen en machtigingen, klik op de drie puntjes naast de persoon en kies Machtigingen verwijderen.

Tips


Meer over 365 algemeen