Windows-onderdelen in- of uitschakelen in Windows 11

Windows bevat tientallen extra onderdelen die standaard uitgeschakeld zijn: Hyper-V, Windows Sandbox, het Windows-subsysteem voor Linux, .NET Framework 3.5, IIS, de Telnet-client en meer. In dit artikel lees je hoe je ze in- of uitschakelt in Windows 11 (en Windows 10): via het klassieke venster, via Instellingen, met PowerShell en met DISM.

Bijgewerkt op 15 oktober 2026. Sinds de eerste versie van dit artikel (november 2021) is er veel veranderd. Windows 10 krijgt sinds 14 oktober 2025 geen gratis beveiligingsupdates meer. Windows PowerShell 2.0 is vanaf augustus 2025 uit Windows 11 24H2 verwijderd. En in nieuwere Windows 11-versies na 25H2 is .NET Framework 3.5 geen Windows-onderdeel meer, maar een aparte installatie.

Wat zijn Windows-onderdelen?

Windows kent twee soorten extra functies:

Voor beide heb je beheerdersrechten nodig, en vaak vraagt Windows na het in- of uitschakelen om de pc opnieuw op te starten.

Manier 1: het venster "Windows-onderdelen in- of uitschakelen"

Dit is de bekendste manier, en ze werkt in Windows 10 en 11.

  1. Druk op Windowstoets + R.
  2. Typ optionalfeatures en druk op Enter. Het venster opent meteen. (Via appwiz.cpl kom je in Programma's en onderdelen; klik daar links op Windows-onderdelen in- of uitschakelen.)
  3. Vink het onderdeel aan dat je wil inschakelen, of vink het uit om het uit te schakelen. Een onderdeel met een gevuld vakje heeft subonderdelen: klik op het plusteken om ze te zien.
  4. Klik op OK en start de pc opnieuw op als Windows erom vraagt.
Programma's en onderdelen met de link Windows-onderdelen in- of uitschakelen
Het venster Windows-onderdelen in- of uitschakelen

Manier 2: via Instellingen in Windows 11

In de huidige versies van Windows 11 staan de optionele onderdelen onder Instellingen > Systeem > Optionele onderdelen (in een Engelstalige Windows: Settings > System > Optional features). In oudere Windows 11-versies vond je ze nog onder Apps > Optionele onderdelen, zoals op de schermafbeeldingen hieronder.

  1. Open Instellingen met Windowstoets + I.
  2. Ga naar Systeem > Optionele onderdelen.
  3. Klik bij Een optioneel onderdeel toevoegen op Onderdelen weergeven (View features), zoek het onderdeel en klik op Volgende en Toevoegen.
  4. Een onderdeel verwijderen doe je in de lijst Toegevoegde onderdelen: klap het open en klik op Verwijderen.

Onderaan dezelfde pagina staat bij Verwante instellingen de link Meer Windows-onderdelen (More Windows features). Die opent het klassieke venster uit manier 1.

Optionele onderdelen zoeken in de instellingen van Windows 11
Een optioneel onderdeel toevoegen in Windows 11

Manier 3: met PowerShell

Open PowerShell als administrator: klik met de rechtermuisknop op Start en kies Terminal (beheerder).

PowerShell openen als administrator

Alle uitgeschakelde onderdelen bekijken (in een venster waarin je kan zoeken en filteren):

Get-WindowsOptionalFeature -Online | Where-Object {$_.State -eq "Disabled"} | Out-GridView

Een onderdeel inschakelen, bijvoorbeeld Windows Sandbox:

Enable-WindowsOptionalFeature -Online -FeatureName "Containers-DisposableClientVM" -All

Een onderdeel uitschakelen, bijvoorbeeld de Telnet-client:

Disable-WindowsOptionalFeature -Online -FeatureName "TelnetClient"

Optionele onderdelen (Features on Demand) beheer je met andere commando's. Zo zie je wat je nog kan toevoegen, en installeer je .NET Framework 3.5:

Get-WindowsCapability -Online | Where-Object {$_.State -eq "NotPresent"}
Add-WindowsCapability -Online -Name NetFx3~~~~

Meer over PowerShell als beheerder lees je in hoe je de opdrachtprompt als beheerder uitvoert.

Manier 4: met DISM

DISM werkt ook in de gewone opdrachtprompt (als administrator) en is handig in scripts:

dism /online /get-features /format:table
dism /online /enable-feature /featurename:NetFx3 /all
dism /online /disable-feature /featurename:TelnetClient

De belangrijkste Windows-onderdelen

De naam in de linkerkolom zie je in het venster; de technische naam gebruik je in PowerShell en DISM. Welke onderdelen beschikbaar zijn, hangt af van je Windows-editie en -versie. Met Get-WindowsOptionalFeature -Online zie je de volledige lijst op jouw pc.

OnderdeelTechnische naamWaarvoor
.NET Framework 3.5 (inclusief .NET 2.0 en 3.0)NetFx3Oudere programma's die .NET 2.0, 3.0 of 3.5 nodig hebben
Hyper-VMicrosoft-Hyper-V-AllVirtuele machines draaien. Niet in Windows Home.
Windows SandboxContainers-DisposableClientVMEen wegwerp-Windows om onbekende bestanden veilig te openen. Niet in Windows Home.
Windows-subsysteem voor LinuxMicrosoft-Windows-Subsystem-LinuxLinux draaien in Windows. Eenvoudiger: wsl --install
Platform voor virtuele machinesVirtualMachinePlatformNodig voor WSL 2
Windows Hypervisor PlatformHypervisorPlatformVoor virtualisatiesoftware van andere makers
Internet Information ServicesIIS-WebServerRoleEen lokale webserver
Telnet-client / TFTP-clientTelnetClient / TFTPNetwerkpoorten testen, netwerkapparaten configureren
ContainersContainersWindows-containers
Microsoft Print to PDFPrinting-PrintToPDFServices-FeaturesVanuit elk programma naar PDF afdrukken (staat standaard aan)
Ondersteuning voor SMB 1.0/CIFSSMB1ProtocolHeel oude NAS'en en printers. Laat dit uit: SMB 1 is onveilig.

.NET Framework 2.0, 3.0 en 3.5 installeren in Windows 11

.NET Framework 3.5 (met daarin ook .NET 2.0 en 3.0) staat niet standaard aan in Windows 11. Heeft een ouder programma het nodig, dan zet je het in Windows 11 24H2 en 25H2 aan via het venster uit manier 1, met PowerShell (Add-WindowsCapability -Online -Name NetFx3~~~~) of met DISM.

.NET Framework 3.5 in het venster Windows-onderdelen

In nieuwere Windows 11-versies na 25H2 is .NET Framework 3.5 geen Windows-onderdeel meer. Daar download je een aparte installatie van Microsoft. Windows 10 en Windows 11 tot en met 25H2 veranderen niet. Hou er rekening mee dat .NET Framework 3.5 tot 9 januari 2029 ondersteund wordt.

Lukt het niet? De meest voorkomende problemen

Voor beheerders: op veel pc's tegelijk

Moet een onderdeel op alle bedrijfspc's aan? Zet dan het Enable-WindowsOptionalFeature-commando in een PowerShell-script en verdeel dat met Microsoft Intune (als platformscript of als Win32-app), met Configuration Manager of met een groepsbeleid-opstartscript. Zo zijn alle toestellen gelijk ingesteld, en hoeft niemand lokaal beheerder te zijn.


Meer over Windows 11